het opvolgingsvraagstuk van De Schrijn en ‘Eigendom Anders’

Evelien Nijeboer ging in gesprek met ondernemers Michel Sadon en Erik Verkuil over hun ondernemerschap, het eigenaarschap nemen over je ambacht, en, hoe het kijken naar ‘Eigendom Anders’ een rol speelt in hun zoektocht naar overdracht.

 

Het verslag van dat gesprek werd aan Eigendom Anders gedoneerd!

 

 

Het verhaal van Gereedschatskist De Schrijn

 

VOF De Schrijn is een opleidingscentrum voor ambachtelijk meubelmakers, een ‘werkplaats voor mens, hout en ambacht’. Het is nu nog in eigendom van de oprichters Erik Verkuil (63) en Michel Sadon (57), maar dat willen ze graag veranderen. Tien jaar geleden probeerden ze al om een coöperatie te maken van hun bedrijf, samen met hun docenten.

 

Erik: ‘Toen hadden we daarvoor nog onvoldoende animo, maar dat lijkt te veranderen. De noodzaak is nu ook groter, wij worden een dagje ouder maar wij kunnen niet stoppen voordat het continuïteitsvraagstuk van De Schrijn is opgelost. Want ons bedrijf verkopen, dat gaan we niet doen.’ Verkopen zou slecht zijn voor De Schrijn als bedrijf waarin de eigenheid van mens en ambacht voorop staan, alleen al in economisch opzicht. Maar er is meer: Erik en Michel voorzagen hun ambacht – en vooral de overdracht ervan – van een eigentijdse sociale dimensie, die vraagt om een passende economisch-juridische vorm.

 

In 1992 begonnen Erik en Michel samen een atelier voor organisch vormgegeven meubilair. Erik: ‘We zaten samen op de meubelmakersopleiding, reisden altijd samen met de trein en hadden echt een klik. Toen Michel een jaar later dan ik van de opleiding kwam begonnen we vrijwel meteen samen te werken. Door meubels te maken raakten we steeds meer in verbinding met de kwaliteit van het hout en het ambacht.’ Ze hebben een mooie portfolio uit die tijd, met organisch vormgegeven meubels uit massief hout. ‘Al snel begonnen we ook meubels in opdracht te maken, voor onder andere antroposofische instellingen, en op vrijdag en zaterdag gaven we cursussen houtbewerking. Het lesgeven groeide zo uit dat we rond 2001 hebben gekozen om ons daar volledig op te richten.’ De Schrijn heeft nu tien docenten en wekelijks lopen er zo’n 200 cursisten rond. Er is een jaaropleiding, er zijn losse cursussen en ook een kindercursus, waarin kinderen o.a. een echt skateboard kunnen maken, of een vliegtuigje van hout. Michel: ‘Dat vinden we belangrijk omdat we de kinderen iets mee willen geven dat echt is.’ Erik: ‘Sommige cursisten zijn al jaren bezig om bij ons hun eigen meubels te maken. Maar ook zijn er vanuit De Schrijn vele nieuwe werkplaatsen en bedrijfjes ontstaan.’

 

 

Werken met mensen – via het hout

 

Vóór de meubelmakersopleiding werkte Erik in de heilpedagogie, maar op die manier met mensen werken kwam hem té dicht op de huid. Nu werken hij en Michel ook met mensen – maar dan via het ambacht en het hout. Cursisten komen meestal vanuit een diepgevoelde behoefte aan creatie en echtheid – echt werk, echt materiaal. Wat je maakt kun je aanraken en vastpakken. Een cursus kan bestaan uit het maken van meerdere werkstukken waaronder de zigzag-stoel van Gerrit Rietveld. Veel cursisten komen leren meubelmaken vanuit heel ander werk, zoals de ICT of de zorg. Sommigen willen als het even kan hun beroep ervan maken, maar vaak is de cursus zelf een manier om terug te komen bij de oorspronkelijkheid van het eigen leven, of om hoofd, hart en handen weer in rijm te krijgen. Erik: ‘Vaak gaat dat over balans, weer in balans komen. Bijvoorbeeld, sommigen zijn in eerste instantie veel te voorzichtig en anderen vallen het hout zowat aan. Maar elke stap in het houtbewerken, elke beweging heeft een logica die voortkomt uit de eigenschappen van het hout. Door je af te stemmen met de eigenschappen van het hout kom je in een leermoment die verbonden is met je persoonlijke ontwikkeling. Die ontwikkeling brengt een tastbaar resultaat met zich mee, namelijk een vakkundig en duurzaam zelf gemaakt meubel.’

 

Erik: ‘Puur, massief hout is een materiaal dat je raakt, waarmee je je kunt verbinden. Het is feitelijk gestold licht, gestolde sapstromen. Hout leeft, het is een aardesubstantie die is opgetild of gevormd door leven en licht. In de boom zit dat verstopt achter de schors, maar door het hout op de juiste manier te bewerken kun je die lichtkwaliteit helemaal tevoorschijn laten komen.’ Tweemaal per jaar zijn er docentendagen, waarop technieken zoals het omgaan met een beitel of de afwerking worden doorgesproken. Michel: ‘Congruentie is belangrijk, het is niet handig als je van de ene docent andere instructies krijgt dan van een andere. Samen zoeken we de manier die vanuit het ambacht klopt en die goed te volgen is door de leerlingen. Dat heeft ook een didactisch doel – we maken onszelf en elkaar bewust van elke beweging, elk aspect van de techniek. Dat helpt om bij een cursist te kunnen zien waar het precies aan ligt, als hij of zij vastloopt.’ Ook in het omgaan met groepen zijn er leermomenten voor de docenten, bijvoorbeeld als het in een cursistengroep niet lekker loopt. Of als een cursist veel aandacht vraagt maar toch niet verder komt. Het ambacht van lesgeven is binnen De Schrijn dus even belangrijk als dat van het meubelmaken. Docenten worden door Erik en Michel uitgezocht op hun vermogen open te zijn naar de leerling en naar zichzelf en daarin te blijven leren. Erik: ‘Als de docent lerend in het leven staat, nemen cursisten die houding over.’

 

 

Natuurverbondenheid

 

Erik: ‘Ons ambacht staat in een stroom van natuurverbonden kennis en kunde die al honderden jaren oud is. Onze cursisten mogen daar in komen staan.’ Michel: ‘Sinds er elektrische apparaten zijn gaat het allemaal veel sneller, maar vaak ook zo heftig dat het volstrekt voorbij gaat aan de aard van het hout. Omgaan met massief hout is mensenwerk, machines zijn volstrekt ongevoelig voor bijvoorbeeld spanningen in het hout of de verschillen tussen houtsoorten. Tegenwoordig wordt het hout volledig verpulverd om er platen van te persen. Niks op tegen als je die wil gebruiken, maar dan heeft het hout geen ziel meer.’ De verbinding met het hout wordt zo dicht mogelijk bij de bron gezocht. Daarom heeft de Schrijn nu een eigen bomenzaag waarmee een hele boom in de lengte tot planken kan worden gezaagd. Ook heeft ze een eigen balkengat – een afgescheiden stuk rivier waar ooit een molen heeft gestaan – waar hun boomstammen vijf jaar in het water liggen om vanbinnen schoon te spoelen. Erik: ‘Wateren heet dat, vooral iep heeft dat nodig, onze favoriete houtsoort. Het is heel toegankelijk hout, het voegt zich, werkt met je mee. Met eiken- of essenhout moet een verbinding echt 100% exact passen, anders zie je het meteen. Iep is erg gevoelig voor wormstekigheid, door het wateren spoelen de suikers en eiwitten eruit. Ook de kleur wordt er erg mooi van.’

 

 

Kwaliteit

 

Alles in De Schrijn is gericht op het maken van ruimte en tijd voor kwaliteit – zowel in het materiaal, in het ambacht als in het lesgeven. Het gebouw, een verbouwde varkensstal achter een boerderij in Langbroek bij Utrecht, is vanaf het begin – ruim dertig jaar – in hun beheer en wordt nog altijd door hen verbeterd. Het wordt verwarmd met houtbriketten die ze zelf persen van het zaagsel dat ze produceren. Vrijwel elk lokaal, werkbank en meubelstuk is gemaakt van massief hout door Erik, Michel en de docenten. Erik en Michel hanteren zeven houtsoorten die zij associëren met de zeven klassieke planeten. Onlangs nog ontwierpen Erik, Michel en Erwin(docent) twaalf verschillende vensterbanken voor het gebouw, die elk de aard van een dierenriemteken verbeelden, in de bijbehorende houtsoorten. Michel: ‘Dat zijn ideeën vanuit de antroposofie maar daar communiceren we niet persé over. Daardoor kan iedereen er zijn eigen beelden en gedachten over vormen.’

 

 

Maatschappelijke dimensie

 

Veel docenten doen dit werk als freelancer of zzp’er naast hun eigen meubelmakersbedrijf. De uitdaging is nu om bij hen de betrokkenheid te laten ontstaan die nodig is om de Schrijn te laten voortbestaan op een andere basis dan facturen voor uren. De meest voor de hand liggende reden is, dat de verkoop van het bedrijf zoveel financiële druk op het bedrijf zal leggen, puur door de schuld van de nieuwe eigenaar, dat het streven naar kwaliteit vrijwel zeker het onderspit zal delven. Maar daarachter ligt het gegeven dat de tijd erom vraagt. Het ambachtelijke werk wordt in De Schrijn weer rendabel gemaakt door een toegevoegde sociale waarde, namelijk een sociale dimensie waarin de menselijke ontwikkeling bewust wordt verzorgd. Het nieuwe soort sociaal leven dat daarbij hoort vraagt om een bijpassende vorm. Michel, Erik en Erik’s partner Anneke (die de administratie doet) bespreken onderling, elke twee weken, hoe het sociaal gezien loopt. Ze voelen de kloof tussen hun financieel eigenaarschap en hun gevoel dat de Schrijn allang van zichzelf en de gemeenschap is. Bovendien verlangen ze naar een wat vrijere verhouding met hetgeen ze tot stand hebben gebracht.

 

Erik: ‘Een nieuwe vorm kan alleen vanuit de gemeenschap ontstaan, het werkt niet als alleen wij het willen. De vraag is, hoe laat je zoiets ontstaan?’ Michel: ‘Erik en ik kunnen elkaar altijd vinden in die gezamenlijke onderstroom. Daar hebben we weinig woorden voor nodig.’ Erik: ‘Vaak gaan we op in de dagelijkse gang van zaken en werken vanuit een theorie is echt niet ons ding. We vinden het dus best moeilijk om die andere vorm van organiseren te vinden, waar die nieuwe eigendomsvorm uit voort kan komen.’ Het is een oprechte persoonlijke zoektocht. Ze zitten met hart en ziel in het hout, het ambacht en het overdragen ervan – dat gaat op gevoel en volgens een eeuwenoude werkwijze die dagelijks nog verbeterd wordt. Op die manier pakken ze ook het veranderproces aan: kijkend naar de oorsprong en vanuit hun verbinding vinden ze op gevoel de eerstvolgende stap in de goede richting. Die proberen ze uit en voelen dan opnieuw hun weg vooruit. Erik: ‘We gaan nu eerst kijken of we met de docenten een gezamenlijke besluitvorming tot stand kunnen brengen over het onderhoud van het gebouw – dat is tastbaar en ligt het meest voor de hand.’ De groep die zich hopelijk zal vormen mag alles beslissen, tot en met de eventuele financiële waardering van schoonmaak- en onderhoudswerk.

 

Een andere vraag die nog open ligt is hoe de gemeenschap van cursisten en oud-cursisten al of niet te betrekken in de nieuwe vorm van De Schrijn. Michel: ‘Er is een heel veld ontstaan van bedrijfjes die als het ware met ons geallieerd zijn, onder andere de coöperatie ‘Afdeling Houtbewerking’ in Utrecht, hun twintig leden zijn alle oud-cursist van De Schrijn. Misschien valt daarin ook iets te organiseren, al zou ik nu echt nog niet weten hoe. Maar in wezen is De Schrijn ook van hén.’ Erik heeft alvast vele oud-deelnemers en -cursisten geïnterviewd – hun verhalen zijn terug te vinden op de website van De Schrijn. Ook is nog niet duidelijk hoe het pensioen van Erik en Michel geregeld zal worden nu zij hun bedrijf niet gaan verkopen. Erik: ‘Misschien dat we ons lesmateriaal kunnen uitleasen of dat er op een andere manier iets van een maandelijks levensonderhoud kan komen voor onze oude dag, uit hetgeen we binnen De Schrijn hebben opgebouwd. De financiële ruimte daarvoor is er in ieder geval, zoals het bedrijf nu loopt.’

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *